Hoe vaardig ben jij in de maakindustrie? Zit je nog op het niveau van industrie 3.0 of ben je al bezig met industrie 4.0? En wat vraagt dat aan vaardigheden?
Op basis van de afbeelding hieronder zou je al bijna de geschiedenis van de maakindustrie willen schrijven: ‘Er was eens…’. Dat gaan we echter niet doen, daar zijn anderen beter in.

Wat de afbeelding interessant maakt, is om te zien hoe de industrie zich in de loop der tijd ontwikkeld heeft. Van het eerste mechanische weefgetouw in 1784 naar de eerste lopende band in een slachthuis in Cincinnati in 1870, naar de eerste computergestuurde machines aan het eind van de jaren 60 en de opkomst van industrie 4.0 nu.
De ontwikkelingen hierin gaan snel, en vragen om nieuwe vaardigheden. Tegelijkertijd gaat het echter zo snel, dat we vaardigheden weg dreigen te gooien die we nog steeds hard nodig hebben.
Industrie 4.0
Industrie 4.0 wordt ook wel ‘smart industry’ genoemd. En dat is niet voor niks. Het gaat niet alleen om 3D printen, maar over processen waarin mensen en machines op steeds geavanceerdere manieren met elkaar gekoppeld worden en apparaten ook onderling met elkaar kunnen communiceren.
Het is een data gedreven revolutie
Het is een data gedreven revolutie, waarin data gecreëerd worden om meerwaarde te realiseren. Met sensoren op basis waarvan je tijdig kunt waarnemen welke onderdelen van een machine aan vervanging toe zijn en, zoals bij ASML, nu als servicemonteur je werk op afstand kunt doen. Of op basis van het moment dat mensen ’s ochtends hun tanden poetsen signalen naar Uber kunt sturen over dat er over een kwartier extra taxi’s nodig zijn. Het Internet of Things levert veel ‘big data’ op, waar je ‘real time’ iets mee kunt doen.
Het is een revolutie die de manier van werken verandert
Het is een revolutie, die de manier waarop in de maakindustrie wordt gewerkt kan veranderen. Waarbij producten ‘as a service’ in de markt worden gezet. Zoals dat je bijvoorbeeld geen lampen meer verkoopt maar een servicecontract voor het leveren van licht. Dan lever je door de prestaties van producten te monitoren en effectief onderhoud te plegen, een betere prijs-kwaliteit. En gebruik je de denkkracht van engineers om producten modulair te ontwerpen en de verschillende modules ervan continu door te ontwikkelen. Zoals een standaard lopende band die aan verschillende robotarmen met uiteenlopende specificaties wordt gekoppeld.
Dit werkt wezenlijk anders dan een klant die een productielijn bestelt en de verkoper vervolgens naar de engineeringafdeling stapt, die dan de meest optimale keuzes voor de klant maakt. Met uiteindelijk een servicecontract. Dan gebruik je de denkkracht van je engineers alleen als je een order hebt. En lopen ze werkeloos rond als er geen orders zijn.
Hoewel de meeste bedrijven nog niet aan industrie 4.0 toe zijn, gaan de ontwikkelingen hierin wel door. Het is daarom verstandig om alvast stil te staan bij de vaardigheden die ervoor nodig zijn.
De maakindustrie heeft 21e eeuwse vaardigheden nodig
Industrie 4.0, en werken op afstand dat steeds meer mogelijk wordt, vereist de ontwikkeling van andere vaardigheden, 21e eeuwse vaardigheden. Met werknemers die geacht worden zelfstandiger te werken en verantwoording te nemen. En managers die geacht worden meer coach te zijn. Met leren, dat steeds vaker op de werkvloer plaatsvindt en waarin de manager een belangrijke rol speelt.
De overheid speelt hier met de subsidieregeling SLIM op in, en de onderwijswereld trekt er hard aan in het de ontwikkeling van het onderwijs. En wij leggen momenteel de laatste hand aan een handreiking voor managers, op basis waarvan zij er zelf met hun medewerkers mee aan de slag kunnen gaan.
Het schema (bron: SLO) laat de vaardigheden zien waaraan gedacht wordt. Het gaat om vaardigheden zoals kritisch denken, creatief denken, samenwerken en communiceren. En om ‘digitale geletterdheid’, zoals ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid en computational thinking.
‘Old school’ vakkennis blijft echter ook belangrijk
Hoewel de ontwikkelingen snel gaan, blijft kennis over conventionele technieken voor de maakindustrie belangrijk. Arno Sprengers van ASML bijvoorbeeld gaf vorig jaar nog aan dat 95% van de onderdelen van hun machines nog op basis van deze technieken gemaakt worden. En hij had niet de idee dat 3D printen op korte termijn goedkoper dan conventionele technieken zou worden.
Met het vertrek van de oudere generatie werknemers dreigt deze kennis echter te verdwijnen. Dat is vakkennis, die de jongere generatie op school niet heeft meegekregen. De handboeken erover, zoals vroeger bij Philips, zijn er ook niet meer. Als deze kennis verdwijnt, komt de maakindustrie in Nederland onder grote druk te staan.
Dit is de reden waarom Arno Sprengers het Knowledge Sharing Centre heeft geïnitieerd. Om bedrijven te helpen om deze kennis te borgen en voor het vak en het bedrijf vast te leggen. Dat is ook waarom de gebroeders Koch na het stoppen met hun bedrijf besloten om actief te blijven in de maakindustrie en andere bedrijven te helpen, zodat jong en oud van elkaar kunnen leren. En ook wij hebben hier een aanpak voor.
Kom in contact
Wil je alvast weten wat wij voor je kunnen betekenen op het gebied van de 21e vaardigheden en het behouden van ‘old school’ vakkennis? Of wat wij voor je kunnen doen met de subsidieregeling SLIM? Maak een afspraak.

